• Janine

Wat minder rooskleurig...

Donderdagmiddag 14.30 een nieuw ziekenhuis in een andere provincie.

‘ Goedemiddag ik ben Janine en als het goed is werk ik hier vanavond!’

Verbaasd wordt ik aangekeken, ‘huh nou wij weten nergens van en we zijn op formatie vanavond, ik bel even onze teamleider’.

KAK denk ik. Ik zoek in mijn telefoon naar de mail met de bevestiging, ja het staat er toch echt dat deze dienst bevestiging is.

Nou ja, anders ga ik weer naar huis en mag TMI het verder uitzoeken en mij betalen. De teamleider gaat allerlei belletjes plegen maar ik wordt echt niet verwacht. Ondertussen bel ik zelf met TMI en zij gaan ook dingen uitzoeken.

Maar ik merk dat het de teamleider alles aangelegen is om mij te houden vanavond, is vooral een centenkwestie.

Uiteindelijk wordt het zo geregeld dat ik kan blijven en er een collega die er al was naar huis gaat en op een andere dag werkt.

Dan nog een uniform, ze hebben hier aparte uniformen voor flexers. Er ligt mij weinig om uit te kiezen. Een jas maat M, ik zwem erin, maar goed vooruit ik heb wat aan m’n lijf.


Ik start de computer op, en even heb ik het gevoel terug in de tijd te gaan.Ze werken hier met SAP, voor de kenners, das best een oud programma. Op mijn vorige werk werd dat opgeruimd en HiX kwam ervoor in de plaats.

En ik kom er al snel achter waarom ik zo blij ben met HiX, waarin alles geïntegreerd zit.

Voor SAP heb ik wel een inlogcode, maar externe flexers krijgen geen inlogcode voor Klinicom, wat betekent dus dat ik niet mijn eigen pillen kan delen.

Ik baal ervan, ik ben nu zo gewend zelfstandig te werken en voel me nu bijna leerling dat ik nog geen pillen mag delen.

Alles is hier anders en het is even wennen.


Ik loop met een van m’n patiënten een rondje over de gang, ik wordt wat verbaasd aangekeken door een van m’n collega’s met een blik in de ogen van ‘dat doe je toch niet’ . Ja dat doe ik wel omdat ik daar nu tijd voor heb.

Ik werk overigens op de neurologie nu, en om 18.00 en 21.00 is het ‘sondevoeding o’clock’. Ik heb er 2.

De dienst is goed te doen, ik krijg wat handigheid in SAP en m’n pillen worden gedeeld door een collega.


Twee dagen later heb ik weer een late dienst. En deze begint compleet anders dan donderdag. Ik sta op dezelfde kamers als donderdag en de patiënt waar ik donderdag mee over de gang had gelopen ligt nu als een dood vogeltje in bed en er komt geen woord uit, alleen wat gebrabbel met grote angst ogen. Ik schrik enorm en kan me niet voorstellen dat dit dezelfde dame is als 2 dagen terug. Mijn eerste idee is direct ‘delier bij uwi’ (verwardheid bij urineweginfectie). Maar het speelt de hele dag al als ik de rapportage moet geloven, maar het is niet opgemerkt.

Controles en alles gedaan, en ja hoor,temp 38,9, dat dacht ik al.

Dokter erbij, fijn mens, goed zaken mee te doen. Maar ze heeft het druk met meerdere instortende mensen op de afdeling. Maar inderdaad patiënt heeft een delier bij uwi.


Intussen ligt er een patiënt aan de overkant met een nogal veeleisende echtgenote die veel aandacht vraagt. Ik stoor me eraan maar ik kan er even niks mee. Ik weet haar wel te strikken om een klusje op te lossen wat ze thuis ook altijd bij haar man doet, zodat ik dat kan loslaten. Maar ze wil alles weten, en is kritisch richting mij, ook al zegt ze dat ze dat niet is.

Alles vergt uitgebreide uitleg, het kost me bakken met energie. Terwijl ik vooral het gevoel heb met de overbuurvrouw bezig te willen zijn omdat ze zo ziek is.

Met een andere patiënt loop ik mee naar de röntgen, gelukkig kan hij zelf teruglopen. Maar daarna kijkt hij me steeds hoopvol aan of ik al wat weet want hij wil graag naar huis.

Uiteindelijk mag hij uren later naar huis, hetzij met een gebroken sleutelbeen.

Later op de avond gaat de patiënt van de veeleisende echtgenote ineens over naar een ander ziekenhuis, pffft dat scheelt wel.

Ergens tussendoor moet ik ook nog sondevoedingen doen, maar alles komt even tegelijk en ik redt het gewoon even niet.

Een collega doet de voedingen voor mij. Wel met later de opmerking dat ik mijn prioriteiten beter moet stellen. De volgende keer gewoon eerst die sondevoedingen doen en dan pas de rest. Ik ben het er totaal niet mee eens, want lekker boeiend als een sondevoeding een half uur later is.

Maar de opmerking stoort me, ik voel me hier niet op mijn gemak. Ik merk echt dat ik in een andere streek van het land aan het werk ben. De mensen zijn anders. Ik moet hierna nog 2 diensten en ik zie er tegenop, ik heb het hier niet naar m’n zin. Ik voel me niet op m’n gemak, voel niet zo’n klik met de collega’s. De collega’s zijn harder, er wordt veel gezucht als patiënten bellen. Er worden soms pittige uitspraken over patiënten gedaan. Alsof hier gewerkt wordt met andere waarden dan dat ik die heb. Uitzonderingen daar gelaten hoor.

En doordat ik me niet op m’n gemak voel wordt ik onzeker en soms wat onhandig wat zorgt dat ik dan het liefst weg wil en er klaar mee ben. Maar ik houd mezelf voor dat ik voor m’n patiënten kom en het nog maar 2 diensten is en ik hier dan nooit meer hoef te komen.

Op de laatste avond wordt mijn gevoel dat ik anders ben dan de collega’s hier bevestigd door een patiënt. Ze zegt: ‘ik mag jou wel, je bent tenminste gewoon lekker normaal. Ik zie dat je je vak vanuit je hart doet en dat kan je niet van iedereen hier zeggen’.

Oké, duidelijk.


Ik ben blij als ik de de deur achter me dicht kan trekken. Wetend dat ik hier niet meer hoef te komen, gewoon omdat ik dat zelf niet wil. Omdat ik hier niet gelukkig wordt. En als de wiedeweerga rijdt ik weer naar het vertrouwde westen.

© 2023 by Salt & Pepper. Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now