• Janine

Zomaar een nachtdienst...


Grappig als je op je oude blog een concept voor een blog vind! Driekwart van deze blog heb ik 1,5 jaar geleden al geschreven! Toen deed ik nog veel nachtdiensten, nu al even niet meer, doordat ik nu ook deels op de poli werk. Maar ik wilde jullie deze blog niet onthouden!!

Prrrt Prrrt, de wekker gaat. Het is vrijdagavond 21.30. Met een half gaar hoofd zet ik de wekker uit. Niet dat ik lag te slapen, maar stel je voor dat je je verslaapt als je nachtdienst hebt!

De hele middag en avond heb ik op de bank gelegen en als ik geluk heb, heb ik een paar uurtjes geslapen.

Ik blijf nog even liggen, maar dan moet ik mezelf toch van de bank hijsen.Langzaam verzamel ik de moed om op te staan. Ik maak mijn bakje met eten klaar, kleedt me om en poets mijn tanden.

Ik pak mijn spullen, en trek de deur achter mij dicht.

Op dit moment kan ik mij niets heerlijkers bedenken dan nu je bed in te mogen! Maar nee, helaas mijn bed moet nog even wachten tot morgenochtend.

Ik stap in mijn auto en rij het o zo bekende ritje naar het ziekenhuis, parkeer mijn auto en haal een uniform.

Soms krijg ik weleens de vraag hoe dat nou werkt zo'n uniform halen. Het is een ingenieus systeem, je houdt je pas voor de lezer en op het scherm verschijnen plaatjes van een broek en een jas in jouw maat. Je klikt deze aan en druk op Oke en dan begint er van alles te draaien achter de muur.

De automaat zoekt jouw uniform en komt over een rail aan gegleden!

Ik loop weer terug de lange gang in en haal bij de portier de medicatie voor de volgende dag.

Boven in het warme kleedhok kleed ik mij om. De nachtzuster is 'on'.


Altijd benieuwd hoe ik de afdeling aantref. Is het rustig? Hoe is de avond geweest? Zitten de deuren dicht? Zijn de collega's nog bezig met afronden?

Ik zet mijn spullen neer en het eerste wat ik doe is mijn bidon vullen met water, we moeten tenslotte goed blijven drinken!

De avonddienst is nog bezig met wat rapporten te schrijven, ondertussen begin ik vast met het uitzetten van de medicatie voor de volgende ochtend. Laatjes schuiven open en dicht.

Geritsel met zakjes en stripjes. Alle laatjes van opgenomen patiënten komen aan de beurt.

Ondertussen roep ik naar de collega's dat als ze zover zijn om over te dragen ze mij kunnen roepen.

Soms is dat snel, was het een rustige avond, soms duurt dat lang en kan ik alle medicatie uitzetten.

Ook moet er van alles bijgevuld worden, naalden, spuitjes, pillen, gaasjes, verbandjes.

Dan roepen de collega's van de avonddienst dat ze zo ver zijn om over te dragen.

Ik pak mijn overdrachtsbriefje en ga zitten. De collega's blazen even stoom af, het was een drukke avond geweest.

Alle patienten worden overgedragen, bijzonderheden die ik moet weten. De collega's zijn moe en gaan naar huis, het is inmiddels ruim 23.30 geweest.

Ik ruim de laatste dingen op en begin aan mijn ronde. Ik kijk op mijn werkbriefje wie van de patienten er een catheter heeft. De urinezakken ga ik als eerste legen. Niet perse een fris klusje, maar dat hoort erbij.

Daarna loop ik bij alle patienten langs en kijk ik hoe het gaat, kijk ik naar de infusen, schrijf wat getallen op en neem ik de vochtlijst die achter het bed ligt mee.

Dan kom ik bij een patiënt op kamer 35, een flink zieke dame die strijd tegen een infectie. Er zijn zorgen om haar omdat ze zo ziek is. Ik blijf even een poosje staan en neem de situatie goed in mij op en ik begrijp de zorgen. Ik strijk even met mijn hand over haar hand. Ja waarom eigenlijk? Geen idee eigenlijk, maar ik denk om haar even te laten weten dat ik voor haar zorg.

Ik loop de kamer af en tref een patiënt op de gang, zoekend naar het toilet, lopend in z'n blote onderbroek. Ik begeleid hem naar het toilet, en weer terug naar bed omdat hij zijn bed niet kan vinden.

Ik loop mijn ronde verder, ik kom binnen op de achterste kamer, het is donker. Ik schrik even, er staat iemand middenin de kamer. Ik loop naar haar toe en vraag of ik haar kan helpen. Ze kijkt me niet begrijpend aan. Ik geef een arm en ze steekt in, samen lopen we naar haar bed, ze gaat liggen en ik dek haar toe, ze fluistert :'dank u wel'. Als ik even later weer bij haar ga kijken ligt ze heerlijk te slapen.

Dan loop ik naar de laatste kamer, kamer 32, daar ligt een meneer die flink in de war is. Hij is wakker, rommelt met zijn spullen. Ik blijf even staan en kijk wat hij doet. Dan ziet hij mij en ik zeg 'hallo'. Hij vraagt wat ik kom doen. Ik zeg dat het nacht is en dat het hoog tijd is om te gaan slapen. Hij kijkt me vol ongeloof aan en haalt zijn schouders op en gaat verder met waar hij mee bezig was.

Hij pakt al zijn spullen uit zijn nachtkastje, staat op en wil de kamer uitlopen. Ik probeer hem met een gesprek tegen te houden. Even luistert hij maar dan wil hij toch langs mij.

Daar sta ik dan, een man die een kop groter is dan ik en die weg wil.

Na veel op hem in te praten, inmiddels zijn we bijna een kwartier verder gaat hij toch weer zitten.

Want ja naar huis gaan midden in de nacht terwijl er geen bussen meer gaan dat wordt toch lastig, dat besef komt een klein beetje door. Hij zet zijn spullen weer neer en zit wat te mokken omdat hij niet naar huis kan.

Ik laat hem maar even. Ik loop weg en doe de kamerdeur dicht. Zodat als hij de kamer uit komt ik de deur kan horen open gaan.

Ik loop weer even naar kamer 35 en kijk even bij de zieke dame. Alles lijkt stabiel.

Ik ga achter de balie zitten en ga alle vochtlijsten die ik zojuist heb opgehaald optellen, alles wat de patiënten hebben gegeten en gedronken staat opgeschreven. Ook maak ik weer nieuwe lijsten voor de volgende dag.

Dan hoor de deur van kamer 32 open gaan en komt meneer de gang op, wederom met al zijn spullen in zijn handen. Hij loopt de gang op richting de uitgang. Ik ga naast hem lopen en probeer hem weer richting zijn kamer te bewegen. Wederom vertel ik dat het nacht is en dat er geen bussen meer rijden. Ondertussen vraag ik of hij misschien moet plassen, maar meneer gaf aan van niet. Meneer laat zich terug begeleiden naar zijn kamer en gaat in bed liggen. Zou hij dan nu gaan slapen? Ik wens hem welterusten.

Ik ga weer verder met de vochtlijsten. Dan hoor ik een bonk, ik veer op en ga kijken waar het vandaan kwam. En dan tref ik een mevrouw op de grond aan, ze was gaan lopen op haar sokken en uitgegleden. Gelukkig heeft ze geen pijn of zichtbaar letsel. Ik haal mijn collega van een andere afdeling en samen tillen we haar weer in bed. Ze is geschrokken, ik stel haar gerust en ze gaat weer slapen. Later in de nacht zal ik hier nog een melding van maken.


Weer ga ik verder met mijn lijsten, nog 2 en dan is het klaar. Ik houdt mijn oren gespitst, maar het is stil. Op gereutel op kamer 35 na. Dit geluid maakte ze de hele avond al, dus het was nu niet anders dan eerst.

Iemand neemt wat water en zet het glaasje weer op het nachtkastje, ook dat hoor je.

Ik doe wat administratieve taken, ruim op, maak schoon. En dan is het even klaar.

Ondertussen staat de verwarde patient weer op de gang en wil weg. Het kost nu wat meer moeite om hem weer terug te begeleiden, maar het lukt. Ik kom op zijn kamer en zie allerlei spullen op de grond liggen, het bed is half afgehaald. Ik ruim het op en help meneer weer naar bed. Ik pakt de bladderscan van de gang en bladder meneer om te zien of hij geen retentie heeft. Maar dit was niet het geval.

Het delier bestaat nu al een aantal dagen maar wordt nog niet minder.

Ik zit even achter de balie wat ziekenhuisnieuws te lezen, ondertussen hoor ik de dame op kamer 35 aan. Het reutelen lijkt wel veranderd, het is erger geworden. Geconcentreerd luister ik en met een zorgelijk gevoel loop ik naar haar toe. Uiterlijk is er niet veel veranderd maar toch vertrouw ik het niet. Ik pak de controle paal, meet haar bloeddruk en saturatie. Ai, saturatie 68%, foute boel.

Mevrouw klinkt vol, zou uitzuigen helpen? Ik bel het nachthoofd met de vraag of ze nu wil komen.

Ze komt meteen, ik ben bezig de spullen te pakken. Het nachthoofd zuigt mevrouw uit, veel vies slijm komt eruit. Maar het lucht wel op. De saturatie stijgt weer, met een zuurstofmasker met 100% zuurstof. We leggen mevrouw op haar zij, voor nu lijk het beter te gaan.

Ik loop de kamer uit en zie dat meneer van kamer 32 aan het einde van de gang loopt. Snel ren ik er achteraan en weet ik hem weer terug te begeleiden.

Ik bel de arts uit haar bed om haar op de hoogte te stellen, en te vragen wat we nog kunnen doen, naast alles wat al ingezet is. Het antwoord is:' we doen nu wat we kunnen'. Ik bel de echtgenoot van mevrouw om te vertellen wat er gaande is. Hij bedankt me voor de informatie maar ziet het niet zitten om nu te komen. Het is immers 2.30 uur.

Ondertussen hoor ik gerommel, ik ga kijken. Een dame is op zoek naar haar pantoffels want ze moet plassen. Ik help haar zoeken en ze gaat naar het toilet.

Daarna maak ik een begin met het schrijven van de rapportage van de dame op kamer 35.

Dan hoor ik de schuifdeuren verderop op de afdeling gaan. Er komt iemand aangelopen, het is de echtgenoot van mevrouw, hij wilde haar toch even zien. Samen loop ik met hem naar mevrouw toe, ik zie dat hij schrikt. Ik leg hem uit wat er gebeurd is, hij maakt zich grote zorgen.

Ik bied hem een stoel aan en hij gaat naast haar zitten, hij houdt haar hand vast. Ik zie de blik in zijn ogen, de angst om haar na zoveel jaar huwelijk misschien wel moeten gaan verliezen. Hij schudt zijn hoofd, hij wil er niet aan denken.


Ik laat hem even alleen.

Even later komt hij naar mij toe en zegt gedag, hij geeft aan dat hij ten alle tijde gebeld wil worden bij verandering. Ik beloof dat te doen. Daar gaat hij, hoofd naar beneden, schouders naar voren. Gebukt onder de angst en onzekerheid.

Ik ga mijn ronde lopen. Leg de vochtlijsten weer bij de bedden. Ik kijk bij iedereen even, schijn met mijn lampje door de zalen. Dan kom ik bij een dame waarvan ik weet dat zij incontinent is.

Ik spiek even onder de deken. Oh jee foute boel, nat bed.

Ik loop naar de gang en pak een schoon laken, steeklaken, knip een zeiltje en neem een incomat mee.

Dan wek ik mevrouw en zeg dat ik haar moet verschonen. Ze knikt.

Ik vraag aan mevrouw of ze op haar zij kan draaien, ze doet haar best maar het lukt niet goed. Ik help haar mee, maar het is best zwaar. Goed, het gaat net zo. Het oude laken weg en het nieuwe erop, steeklaken, zeiltje en incomat eronder. Het is een flinke bult. Dan moet mevrouw naar de andere kant draaien. Met zo nodig nog meer moeite help ik mevrouw draaien. Ik trek het vuile laken weg, het nieuwe glad, incomat aan. Mevrouw ligt weer droog. De volgende keer als ik haar moet verschonen haal ik mijn collega van de andere afdeling want dit was wel erg zwaar om alleen te doen.

Ik loop de gang op met de vuile spullen en tref daar meneer van kamer 32 op de gang aan.

Vast besloten om naar huis te gaan. Het kost me deze keer veel overredingskracht om hem op de afdeling te houden. Zou hij nog gaan slapen vannacht?

Ik ga verder met mijn ronde, en ik heb pech, nog een nat bed. Hetzelfde ritueel volgt.

Mevrouw op kamer 35 ligt rustig, de situatie is stabiel.

Als ik langs alle patiënten ben geweest is het even tijd om te eten. Samen met mijn collega van de andere afdeling zitten we even in het dagverblijf te eten.

Dan piept er een infuus, ik leg mijn boterham neer en ga op het geluid af. Ik zet de pomp af, infuuskolf is leeg. Ik loop de kamer weer uit om een nieuwe kolf te pakken. Ik hang hem aan, schrijf het op de vochtlijst en loop weer naar voren om mijn boterham verder op te eten.

Ik zit net goed en wel, komt meneer van kamer 32 weer zijn kamer uit. Met een deel van zijn beddengoed onder zijn arm. Hij loopt mijn kant op en ik vang hem op. Vraag waar hij naar toe gaat.

Meneer zegt: ' ik wachten op de bus die me naar huis brengt'. Ik zeg dat hij wel even kan gaan zitten bij ons. Hij gaat zitten, ik bied hem koffie aan, ja dat lust hij wel. Hij geniet van het kopje koffie. Ondertussen eet ik mijn boterham verder op en maak een praatje met meneer.

Meneer begint te geeuwen en ik vraag of hij moe is. Dhr. geeft aan van wel, maar hij moet eerst met de bus mee. Ik leg hem uit dat het 4.30 is en dat er geen bussen gaan, maar dat als hij geslapen heeft er wel bussen gaan. Dhr. laat zich door mij begeleiden naar zijn kamer. Maak zijn bed weer op en leg dhr. op bed. Ik stop hem lekker toe, doe het licht uit en sluip weg. Om een hoekje blijf ik even staan en wacht af wat er gaat gebeuren. Even later hoor ik zachtjes gesnurk, zachtjes sluit ik de deur. Meneer slaapt eindelijk.

Gelijk kijk ik weer even bij mevrouw op kamer 35, ze ligt rustig, saturatie blijft stabiel.

Dan is het even 2 uurtjes rustig, ergens fijn, maar ergens ook niet, want de vermoeidheid slaat toe.

Mijn oogleden worden zwaar, ondertussen probeer ik nog het gesprek met mijn collega van de andere unit te blijven volgen, maar het lukt niet, mijn ogen vallen dicht.

Maar gelijk schiet ik ook weer wakker. Ik krijg het koud en doe mijn vest aan. Typisch iets voor rond de klok van 5 uur. 10 minuten laat ik de vermoeidheid even toe, kruip in mijn vest en doe mijn ogen even dicht. Maar echt slapen, nee dat gaat niet, ik hoor alles. Op de andere unit gaat een infuus piepen, direct ben ik weer helemaal wakker.

10 minuten is dan even genoeg om de rest van de nacht door te komen!

Tegen 6.00 ruimen we de eetspullen op en wensen we elkaar nog even succes voor het laatste uurtje. Allebei gaan we naar onze eigen unit.

Dan begin ik aan mijn laatste ronde, ik neem de controlepaal,thermometer en mappenkar mee. Ik ga bij alle patiënten de controles doen, ik schrijf alle waardes op in patiëntendossiers.


Ik begin op kamer 30, een eenpersoonskamer. Daar ligt een mevrouw die de afgelopen dagen flink in de war is geweest en ook de afgelopen nachten in de war is geweest en bijna niet geslapen heeft. Maar vannacht de 1e nacht goed heeft geslapen. Ik kom binnen en zie dat ze nog steeds slaapt. Even twijfel ik, zal ik haar nu wakker maken om de bloeddruk te meten, met het risico dat ze uit bed komt en niet meer verder slaapt? Of ga ik eerst langs de andere patiënten en kom ik als laatste bij haar terug. Ik kies voor het laatste.

In de kamer tegenover hoor ik beweging, dus ga ik daar maar beginnen. Meneer op het 2e bed zit ver voorover gebukt. Ik schrik en loop direct naar hem toe en vraag of het wel goed gaat.

Ergens hoor ik 'ja hoor'. Ik vraag: 'kan ik u helpen'? 'Ja ik zoek mijn pantoffels'. Ik kijk onder het bed en zie aan de andere kant zijn pantoffels staan. Ik geef ze aan hem en hij doet ze aan.

Langzaam gaat hij staan, wankel op de benen. Ik kan hem nog net vast grijpen zodat hij niet onderuit gaat. Door duizeligheid vanwege het voor over zitten.

Ik loop met hem mee naar het toilet, verder kan hij alles zelf.

Ik begin met de controles bij de buurvrouw, ze wordt half wakker van mijn goedemorgen en steek haar arm uit voor de bloeddruk te meten. Ondertussen slaapt ze weer een soort verder.

De controles zijn goed, ik haal de band eraf en wens mevrouw weer welterusten.

Meneer van het 2e bed komt van het toilet en ook bij hem doe ik gelijk de controles. De pols is wat hoog, maar dat vind ik niet zo verwonderlijk na wat er net gebeurde.

Dan ga ik naar de buurman op het 3e bed. Slaperig haalt hij zijn arm onder de warme deken vandaan, ik meet zijn bloeddruk. Ondertussen spiek ik nog even onder de deken naar zijn inco mat. De mat is volledig verzadigd. Van de kar op de gang haal ik een schone mat en verschoon meneer. Gelukkig is het bed nog droog.

Ik kom weer bij mevrouw op kamer 35 en doe weer de controles, ze blijven stabiel. Mevrouw ligt rustig en geeft antwoord door middel van een knikje.

Alle patiënten ga ik langs, meet bij 1 nog een bloedsuiker, bij de ander haal ik de katheter eruit. De volgende help ik naar het toilet.

Ondertussen is meneer op kamer 32 weer wakker en staan slaperig op de gang, knopen van pyjamajas zitten scheef dichtgeknoopt.

Ik vraag of hij een bakkie koffie wil, nou dat wilde hij wel! Ik loop naar de keuken en haal koffie. Ondertussen spiek ik nog even in kamer 30, mevrouw slaapt nog steeds.

Ik besluit de controles van deze dame over te dragen aan de dagdienst. Inmiddels is het over 7 uur geweest en druppelen de collega's van de dagdienst binnen.

Ik ben net klaar met alle controles en de dagdienst kan de mappen gaan lezen.

Pfft en nu ben ik moe! Ik loop naar de dagdienst die zit te lezen en vraag of ze nog vragen hebben.

Nee, geen vragen? Dan ga ik naar mijn bed!

Ik wens mijn collega's succes voor vandaag en kleed mij om in het kleedhok.

Ik ben zo moe dat ik geen zin heb om naar het uniformen automaat te lopen om mijn pak weer in te leveren. Dat doe ik morgen wel.

Heerlijk even de frisse buitenlucht in. Zo kan ik met een nog beetje helder hoofd de auto instappen.

Gelukkig is het zaterdag dus is het rustig op de weg en ben ik zo thuis.

Tandenpoetsen en hup gelijk mijn bed in. Ik lig nog maar half en ik slaap al.

Weer energie op doen voor de komende nachtdienst...


42 keer bekeken

© 2023 by Salt & Pepper. Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now